From the blog

Een muziekstuk met metronoom studeren

Eenmaal gewend aan het oefenen met metronoom kun je beginnen met het studeren van een stuk met metronoom.
Mijn advies is om te beginnen met een stuk dat je al een tijdje speelt (in andere woorden; waar je de techniek van beheerst), maar dat nog niet zo ver af is dat het klaar is om in een concert te spelen.
Zoek op of er een tempomarkering aan het begin van het stuk staat. Meestal kun je boven de eerste maat iets vinden. Tempo kan op twee manieren aangegeven worden:
– in een woord, bijvoorbeeld lento of andantino
– in een metronoomcijfer 

Mocht je een tempo aanduiding tegenkomen dan kun je die omzetten naar een metronoomcijfer.
Om het tempo goed te interpreteren begin je met het kijken naar de maatsoort, die staat in het begin van de eerste maat aan de sleutel. Bijvoorbeeld: 4/4 of 6/8.
Het bovenste cijfer geeft aan hoeveel tellen er in de maat zitten, het onderste cijfer geeft aan welke noot 1 tel is. Je kunt daarbij de volgende cijfers tegenkomen: 2= halve noot 4 = kwart noot, 8=achtste noot, 16=zestiende noot.
Wanneer je de metronoom instelt ga je er meestal van uit dat 1 tik = 1 tel. Dus als ik een stuk heb van 4/4 dat op tempo 100 gespeeld moet worden, dan is iedere tik een kwart noot als je de metronoom op 100 zet.

Stel dat het stuk nu bestaat uit allemaal achtste noten? Een achtste noot is 2 keer sneller dan een kwart noot, dat betekend dus dat je twee dingen kan doen:
– je speelt per tikje van de metronoom twee noten, óf
– je zet de metronoom 2x zo snel (dus 200) om 1 tik voor iedere achtste noot te horen.

Als de componist het tempo aangeduid heeft met een metronoomcijfer heeft hij/zij de eerste stap eigenlijk al voor je gezet. Je kunt precies zien welke noot 1 tik op de metronoom is; het enige dat je hoeft te doen is zorgen dat die noten in jou spel ook kloppen met de tikken.

Als je weet welk tempo de componist van het stuk in gedachten had kun je beginnen met studeren. Je kunt proberen of je het tempo al kan halen, lukt dit nog niet probeer dan te achterhalen of je te snel of te langzaam speelt. Maak desnoods een opname van jezelf en luister hoe het gaat.
Wanneer je te langzaam speelt is het verstandig om de metronoom op een tempo te zetten dat je goed kan halen. Speel het stuk een keer door op dit tempo en kijk waar zich problemen voordoen: welke delen kun/wil je al sneller spelen, welke delen gaan nog steeds te langzaam om mee te kunnen spelen met de metronoom, welke delen raak je in de knoop met je techniek?
Maak aantekeningen in je studie-dagboek (zie ook “een half uur per dag”) van de delen waar je problemen tegen komt. Kies daarbij een geschikte manier om de problemen op te lossen. Speel je te snel? Zet de metronoom dan eens extra langzaam. Ben je onzeker over de noten die je moet spelen? Studeer dan eerst de noten (inclusief vingerzetting) en ga daarna pas terug naar het studeren met de metronoom.

Houd altijd in gedachten dat het studeren met metronoom niet een doel op zich is, maar een manier om een doel te bereiken: tempo houden, of een bepaald tempo halen. Wanneer je een stuk een tijdje met een metronoom gestudeerd hebt is het altijd goed om ook weer zonder de metronoom verder te gaan. Je wilt een tempo in je hoofd hebben om vol te houden, maar je wil nog steeds wel muzikaal spelen.

Tegenwoordig heb je allerlei varianten van de metronoom: mechanisch of elektronisch. Je kunt een losse metronoom kopen die je bij je studiespullen kan laten liggen (bijvoorbeeld een mechanische metronoom zoals in dit filmpje van de mythbusters).
Een elektronische metronoom heeft als voordeel dat deze vaak ook een lichtsignaal geeft.
Er zijn ook apps op de markt waardoor je met je telefoon kan studeren. Nadeel hiervan is dat die telefoon erg verleidelijk kan zijn en je vervolgens vergeet te studeren, of dat er iemand belt terwijl jij nét die ene passage onder de knie begon te krijgen…
Zelf gebruik ik deze app, maar er is genoeg andere keuze.

Het fijne van de een elektronische metronoom of een app is dat je deze vaak zo in kan stellen dat de metronoom op de eerste tel van de maat een ander geluidje geeft, of dat je voor iedere kwart noot twee tikjes hoort (zodat je de achtste noten gemakkelijk kan spelen).
Hoe het ook zei, ik hoop dat je een keer probeert om te studeren met een metronoom, het kan een keer een leuke uitdaging zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *