From the blog

Hoe overleef ik een sessie?

tips en trucs om mee te kunnen spelen

Door het hele land worden regelmatig sessie gehouden. Over het algemeen tref je daar enthousiaste (amateur) muzikanten die het leuk vinden om hun muziek te delen en met andere samen te spelen. Veel gitaristen, violisten, percussionisten en fluitisten gaan op zondagmiddag (of een andere dag) naar de lokale (Ierse) kroeg om daar mee te spelen met wat er zoal ter tafel komt.
Harpisten tref je er helaas minder vaak. Misschien is het instrument te groot, of te duur, of misschien zijn we te gewend om alleen te spelen? Als dit laatste het geval is zijn hier een aantal tips om over de eerste angst heen te komen.

Stap 1
Vindt een Ierse sessie in de buurt.
Dit is natuurlijk probleem nummer 1 als je niet weet waar je moet beginnen, helemaal als je weinig andere muzikanten kent die graag aan Ierse sessies mee doen.
Grote bron van inspiratie voor zowel tunes als sessies is thesession.org Deze website wordt inmiddels steeds bekender als goede bron van informatie en dus staan er ook steeds meer sessies vermeld, onder andere in Nederland. Op thesession.org kun je een dan ook een lijst vinden en zoeken op locatie. Heel handig.
Ook facebook kan een goede bron van informatie zijn. Zo is er een social musicians groep waar regelmatig sessies worden aangekondigd en als je eenmaal wat enthousiaste muzikanten als facebookvriendjes hebt kun je ieder weekend wel een andere sessie spelen.
Om een aantal sessies te noemen: Nuenen, Amsterdam, Wageningen, Kekerdom, Utrecht en Katwijk hebben alleen een kroeg waar regelmatig een sessie gehouden wordt.

Stap 2
Ga een keer kijken en luisteren.
Je kunt natuurlijk de eerste keer al met je instrument langs gaan, maar het kan ook een goed idee zijn om de eerste keer alleen als luisteraar te gaan. Vind je het repertoire leuk dat ze spelen? Zijn er misschien tunes die je al kent? Hoe gaan de muzikanten met elkaar om? Is er een sessie-leider?
Dat laatste is wel vaak het geval: meestal is er 1 iemand (of een kleine groep) die de sessie organiseert en die zorgt dat iedereen eens wat kan spelen of die een nieuwe tune inzet als het even stil valt.
Maak eens een praatje en probeer uit te vinden of er misschien sessie-materiaal is dat ze gebruiken (soms worden er boekjes gemaakt of staan er tunes online die ze vaak spelen). Zo niet dan kan de sessieleider je misschien wat namen van tunes geven die ze vaak spelen.
Wissel contactgegevens uit en vraag om op de hoogte gehouden te worden van het laatste nieuws.


Stap 3
Bereid je voor om mee te spelen.
De beste kans maak je de eerste keer als je het jezelf zo gemakkelijk mogelijk maakt (maar daarmee is het nog niet eenvoudig!). In de meeste gevallen kun je het vergeten om de melodie mee te spelen: whistle spelers en violisten kunnen dit vaak veel sneller dan harpisten.
Als harpist kun je wél altijd een bas en eventueel een akkoord mee spelen.
Bedenk ook altijd dat het er bij een sessie niet om gaat dat je de mooist mogelijke en ingewikkelde dingen doet als begeleiding. Het mág natuurlijk wel, maar alleen als je heel zeker weet dat je het ritme kan houden en de andere spelers niet in de war brengt. Het gaat namelijk om het samen spelen en niet om je eigen kunsten te laten zien.

Hier zijn een aantal tips om je op weg te helpen bij het spelen van een begeleiding:
Zorg er voor dat je weet welke haakjes je moet hebben als iemand roept: deze tune staat in e-mineur. Naast de haakjes is het ook handig om te weten welke akkoorden er goed passen bij een tune in e-mineur.

Veel voorkomende toonsoorten zijn:
C- majeur (A,B en E omhoog) – a-mineur heeft dezelfde haakjes
G – majeur (+F omhoog) – e-mineur heeft dezelfde haakjes
D – majeur (+C omhoog) – b-mineur heeft dezelfde haakjes

Oefen van elke toonsoort de basis-akkoorden. Voor een normale Ierse deun is het meestal genoeg om de akkoorden van de 1e, 4e en 5e trap te kunnen spelen.
Wat zijn die trappen?
De eerste toon van de toonladder is de eerste trap. Bijvoorbeeld in G-majeur
1  2  3  4  5  6  7
G  A B  C  D  E  Fis

Je speelt dus de akkoorden van G (g-b-d), C (c-e-g) en D (d –fis-a) als begeleiding van een song.
Terwijl de melodie begint zoek je eerst zachtjes in de bas wat de volgorde van de akkoorden is. Dit kun je doen door gewoon 1 noot mee te spelen en goed te luisteren of het klinkt.
Gelukkig worden tunes vaak een keer of 3 achter elkaar gespeeld, dus de volgende ronde kun je proberen om de akkoorden die je gevonden hebt met rechts mee te spelen.
Bedenk vooral: oefening baart kunst. Dus als je deze keer al wat akkoorden weet te vinden kun je de volgende keer ze nog beter mee spelen.

Een slow-session is een sessie waarbij het tempo van de te spelen tunes laag ligt, en waar soms ook ruimte is om gezamenlijk nieuwe tunes aan te leren. Op internet kun je ook slow-sessies vinden. Hiermee kun je op een rustig tempo een aantal melodieën oefenen. Bijvoorbeeld: http://slowplayers.org/about-slowplayers-org/
of organiseer zelf een slow-session met muzikanten die ook graag sessie willen leren spelen!

Bedenk je dit: de meeste sessies vinden het ontzettend leuk om een harp binnen te hebben, zeker als die er normaal niet zijn. Je kan best gevraagd worden om een tune in te zetten. Wanneer je hier onzeker over bent, zeg het gewoon. Bereid eventueel een solo voor en geef aan dat je geen tune in kan zetten, maar dat je wel een mooi stukje solo kan spelen om de harp te laten horen.
Het is normaal niet de bedoeling dat een hele sessie met solo’s gevuld wordt, maar zo af en toe mag er best een tussendoor!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *